Is deze verkeersmodaliteit ‘de beste’?

Wordt er niet wat eenzijdig gedacht aan ‘meer spoor en meer asfalt’ als we een verkeersknelpunt willen oplossen? Die vraag wierp Daniëlle Snellen van het Planbureau voor de Leefomgeving op in een position paper, als bijdrage voor de Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat.

‘Wat maakt een gekozen vervoersmodaliteit (weg of spoor) ‘de beste’?’, en ‘Hoe kan de Kamer meer invloed uitoefenen op beslissingen over verschillende modaliteiten?’ Die twee hoofdvragen stonden centraal in een position paper van Daniëlle Snellen (Planbureau voor de Leefomgeving). Haar betoog was een bijdrage voor een rondetafelgesprek met externe deskundigen op 13 november in de Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat.

Snellen constateert dat er bij een mobiliteitsprobleem vaak eenzijdig wordt gedacht: er is een knelpunt (‘Er is geen enkel probleem in ons land dat meer aandacht krijgt dan dit: elke dag, op elk uur, horen we fileberichten op de radio’), dus moet er meer asfalt of spoor bij komen.

Toch is er best iets af te dingen op ons economisch denken, met allerhande rekenkundige modellen die bijna steevast leiden tot extra investeringen in weg of spoor, aldus Snellen: ‘Natuurlijk heeft dat positieve effecten voor burgers en bedrijven. Maar tegen een prijs. Wegen en spoorlijnen zijn duur in aanleg en onderhoud en vervoersdiensten kunnen vaak niet zonder subsidie. En het kost mensenlevens en invalideert, sluit sommige groepen mensen uit, consumeert ruimte, geeft overlast, vervuilt onze lucht en verandert ons klimaat. Momenteel beschouwen we deze externe effecten als iets waar we wel rekening mee houden, maar waarvoor we weinig harde grenzen hanteren.’

Lees het complete stuk, wellicht als inspirerende overdenking voor onder de kerstboom.