Slotbijeenkomst IMMA: ‘Minder Hinder’ leeft voort in MaaS

Terugblikken, maar vooral vooruitkijken: bij de slotbijeenkomst van IMMA (Integrale Mobiliteits Management Architectuur) werd nadrukkelijk gepraat over de IMMA-lessen, die bij de ontwikkeling van MaaS (Mobility as a Service) van pas kunnen komen.

Een einde, maar ook een nieuw begin: op 20 november kwamen vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven bijeen voor de slotbijeenkomst van de raamovereenkomst IMMA (Integrale Mobiliteits Management Architectuur), die officieel op 31 december 2019 afloopt. De insteek van de sessie: terugblikken en benoemen wat wel en niet goed ging. Maar vooral: de geleerde lessen meenemen bij de ontwikkeling van MaaS (Mobility as a Service) en Minder Hinder coördinatie.

Met als voornaamste thema’s ‘spitsmijden’ en ‘gedragsverandering’ in Beter Benutten Vervolg klonk in 2015 de roep om een gestandaardiseerde aanpak. Die kwam er met de raamovereenkomst Integrale Mobiliteits Management Architectuur (IMMA), die Europees werd aanbesteed door IenW en twaalf decentrale overheden en Rijkswaterstaat. Het leidde tot een overeenkomst met negentien deskundige marktpartijen, die als IMMA-toetreder onder meer spitsmijden- en fietsstimuleringsprojecten konden uitvoeren. In totaal werd voor ongeveer 20 miljoen euro aan overheidsmiddelen besteed.

Machientje

Op de vraag of met IMMA is bereikt wat de betrokkenen destijds voor ogen stond, antwoordde juridisch adviseur Gerben Schuhmacher bevestigend: ‘Het machientje is gaan draaien. Voor marktpartijen was het soms een lastig proces, maar bijvoorbeeld het aantal marktpartijen in de uitvoering is duidelijk toegenomen, dat is goed om te zien. IMMA is ook de opstap geweest naar MaaS’, aldus Schuhmacher, die ‘standaardisering’ noemde als voornaam winstpunt.

Ook de worstelingen in het IMMA-proces werden benoemd. Zo waren volgens betrokkenen de projecten vaak ‘complex, met relatief veel maatwerk’, terwijl ook ‘niet-realistische doelstellingen’ werden genoemd. De ‘te hoge ambities’ kon Schuhmacher onderschrijven: ‘Het bleek lastig dat overheidsbudgetten voor spitsmijden steeds lager werden: je moest hetzelfde doen voor minder geld.’

Quickscans

De samenvatting in vogelvlucht van Schuhmacher werd verder uitgediept door Casper Stelling, die namens MuConsult onderzoek (een quickscan) deed naar de resultaten van IMMA. Daarbij vergeleek hij de IMMA-projecten ook met eerdere spitsmijden-projecten (eerste en tweede generatie) waaruit IMMA was voortgevloeid.

Stelling legde de drie IMMA-doelstellingen (‘verhogen van de efficiëntie van spitsmijdenprojecten’, ‘beperken van de beloningen’ en ‘stimuleren van structurele gedragsverandering’) naast elf uitgevoerde projecten (‘een mooie mix van spitsmijden en fietsstimulering’, aldus Stelling). Daaruit bleek onder meer dat de gemiddelde beloning per spitsmijding steeds verder afnam. Ook werd de geldelijke beloning vaker afgebouwd en ingewisseld door punten of credits. Dat blijkt in de praktijk te werken, aldus onderzoeker Stelling: ‘Mensen vinden het leuk om mee te doen. Het idee dat ze er ‘iets’ voor krijgen, is al genoeg.’

Fiets

Naast de ontwikkeling van ‘meer focus op corridors’ signaleerde Stelling een shift van tijdmijden (buiten de spits gaan reizen) naar fiets/e-bike en thuiswerken. Ook dat zorgde voor een verlaging van de kosten: in de eerste generatie spitsmijden werd voor 8,1 miljoen euro uitgegeven aan projecten, bij IMMA nog slechts 1,3 miljoen euro. De kosten per deelnemer daalden ook substantieel: van 1760 euro (eerste generatie) tot 520 euro bij IMMA. Stelling: ‘In de laatste fase ging het dus meer om kleine projecten, met dezelfde kosteneffectiviteit. Dat is goed nieuws. Een voorzichtige conclusie is dat er een hogere efficiëntie heeft plaatsgevonden, met een sterke toename van het fietsgebruik.’

Volgens Stelling is het in het vervolg mogelijk om MaaS-diensten in specifieke situaties in te zetten als spitsmijdenproject. Ook ziet hij meer stimuleringsprogramma’s (zoals Low Car Diet en Rij2op5) van werkgevers die hun CO2-doelstellingen willen behalen. Als laatste vroeg Stelling aandacht voor een spagaat van beleidsmakers: is het motto bij de landelijke ambitie ‘elke mijding telt’, of moeten maatregelen altijd passen binnen de landelijke ambitie (‘alleen structureel slim en duurzaam telt’) van het Klimaatakkoord?

Wiel hergebruiken

Uit een evaluatie door TNO blijkt dat betrokkenen over het algemeen positief zijn over de aanbesteding via IMMA (het wiel hergebruiken, herkenbare gedragslijn en structuur, iedereen spreekt dezelfde taal), maar dat zij ook kanttekeningen plaatsen. Zo was en bleef het aanbesteden veel werk (hoewel de doorlooptijd korter werd), en bleek het niet makkelijk om te leren van elkaar omdat het bij ieder project ging om maatwerk.

Opdrachtgevers waarderen het vooral dat zij projectdocumenten konden hergebruiken. Dat leidde tot een reductie in tijd van de aanbesteding. Dienstverleners constateerden juist weinig herbruikbaarheid van projecten, terwijl zij ook vanuit IMMA minder opdrachten zagen dan zij hadden verwacht.

Privacy

Unaniem positief waren de geïnterviewden, vooral aan opdrachtgeverskant, over de privacy-risico’s: IMMA heeft zeker bijgedragen aan de bewustwording daarvan. De AVG heeft een extra impuls gegeven, en door het stellen van privacy-eisen is de kwaliteit van de sector omhoog gegaan. Een aanbeveling kwam er ook: de expertise die het IMMA-team bundelde en beschikbaar stelde, moet actueel en toepasbaar (niet te theoretisch) worden gehouden.

Wat betreft het uniforme inzicht in individuele projecten bleek er een sterke wil om te leren van anderen. Dat laatste aspect kan beter, zo bleek: meer transparantie en scherpere definities zijn nodig, aldus de geïnterviewden. Daarbij kwam ook de rol van het IMMA-kernteam aan de orde: geïnterviewden waardeerden de positieve, open houding en de rol bij voorbereiding en afronding, maar betrokkenen misten een (actievere) regierol.

Aanbevelingen

Uit de evaluatie rolden ook aanbevelingen voor de toekomst: naast een duidelijker regierol ging het onder meer om het verzoek om breder te kijken dan spitsmijdingen (‘maatschappelijke doelstellingen centraler’), regio-overstijgend te werken en meer samen te werken met actieve opdrachtgevers en de markt. Ook werd de suggestie gedaan om te proberen om grotere marktpartijen en organisaties als RWS en ProRail te laten aanhaken. Verder bleken geïnterviewden grote behoefte te hebben aan een databank met voorbeelden, waarin issues en leerervaringen zijn gebundeld, inclusief inschattingen van planning per type project of doelstelling.

Opdracht

Bij een vragenronde klonk vanuit de zaal de vraag waarom IMMA niet ‘gewoon’ kan worden gecontinueerd. Zeker omdat de voorspelde groei van het verkeer de noodzaak voor spitsmijden alleen maar groter wordt. Schuhmacher legde uit dat dat niet zomaar kan: er ligt nu geen bestuurlijke opdracht, in het regeerakkoord wordt IMMA niet genoemd. ‘Maar er is wel een grondslag voor MaaS’, aldus Schuhmacher. ‘Minder hinder leeft nog duidelijker dan voorheen.’

En, zo stipte Schuhmacher aan: de kennis en expertise vanuit IMMA gaan niet verloren. Er liggen diverse documenten die worden overgedragen en kunnen worden ‘hergebruikt’:

  • Moties uit de Tweede Kamer uit 2016
  • Standaard Minder Hinder PvE
  • Leidraad omgaan met persoonsgegevens
  • Leidraad rechtmatig belonen
  • Tips voor aanbesteding van Minder Hinder projecten

Schuhmacher: ‘Iedereen die een project wil gaan doen, kan ‘m zo uit de kast trekken.’ Aanwezigen verzochten daarop het IMMA-team nadrukkelijk om alle documenten makkelijk vindbaar, bijvoorbeeld via CROW, te maken. De andere vragen die de aanwezigen stelden, worden separaat beantwoord, beloofde dagvoorzitter Ivanova.

Panelgesprek

Over het proces en aanbevelingen ging het vervolgens ook in een panelgesprek met Caspar de Jonge (IenW), Sjoerd Bosman (RWS) en Eric Mink (IenW, programmamanager MaaS). Over de noodzaak om de Minder Hinder-werkwijze voort te zetten en te moderniseren was Sjoerd Bosman duidelijk: ‘Het Kennisinstituut voor Mobiliteit voorspelt voor de komende vijf jaar een groei van het wegverkeer op het hoofdwegennet van 23 procent. Dat is landelijke, autonome groei, dus daarin zijn grote infrastructurele projecten niet eens meegenomen. In Zuid-Holland groeit het wegverkeer in de komende vijf jaar zelfs met 32 procent. Vervanging, renovatie en nieuwbouw gaan meerjarige hinder geven in een groot gebied. Dat betekent dat onze opgave heel fors en veelzijdig is. Ook daarom ben ik heel blij dat we niet alle IMMA-ervaringen overboord gooien. We zullen dus goed moeten nagaan welke marktpartijen we nodig hebben en welke best practices we kunnen gebruiken.’

Ervaringen

Daarbij is het goed, aldus Eric Mink, om de verwachtingen in het juiste perspectief te plaatsen. ‘Bij de start dachten sommige mensen dat MaaS wereldvrede ging brengen. Dat is natuurlijk niet zo, maar MaaS kan wel een middel zijn om beleidsdoelstellingen te halen.’ Een aantal voorbeelden kwam vervolgens langs in een filmpje over MaaS, waaruit bleek dat er in zeven regio’s ervaringen worden opgedaan om de reiziger zorgeloos van deur tot deur te laten reizen met behulp van MaaS-apps. Mink: ‘In MaaS hoor je veel IMMA terug. Het gaat heel erg over gedrag, spitsmijden en optimialiseren. Daarbij geldt dat we als overheid heel graag samen met de markt stappen nemen voordat het ons overkomt. In MaaS zie je nu al samenwerkingsverbanden ontstaan, waarbij we – en ook dat hebben van IMMA ‘gepikt’ – veel leren van de data die beschikbaar is. Iedereen kan gebruik maken van de data, en universiteiten en onderzoeksinstituten gaan ons daarbij helpen.’

Effect

Volgens Caspar de Jonge is het cruciaal dat overheden en markt elkaar blijven opzoeken en vinden. ‘Niet allemaal apart het wiel opnieuw uitvinden, we hebben volume nodig om effect te hebben als we kijken naar de omvang en duur van de mobiliteitsproblematiek in de komende jaren. En nee, MaaS gaat niet hetzelfde verder als onder IMMA. We moeten nu meer werken aan een bredere opzet en context, met steden die allemaal emissievrij willen worden, met elektrificatie van het wegvervoer: dat moet op een slimme manier aan elkaar worden geknoopt.’

En over slim gesproken: De Jonge en Sjoerd staken ook de hand in eigen boezem. Overheden en marktpartijen kunnen nog veel meer gebruikmaken van elkaars planningen, data en goede voorbeelden. Dat moet leiden tot een gecoördineerde Minder Hinder-aanpak. Sjoerd Bosman: ‘Ik zie zo veel goede initiatieven, maar ook binnen RWS zie ik dat we die positieve leerervaringen nog te weinig borgen en voortbouwen. Ook daarin moeten wij nog groeien.’

Vliegen

Het drietal onderstreepte verder in de paneldiscussie dat – zeker met het oog op de groeiende mobiliteit – iedere marktpartij een bijdrage moet kunnen leveren om MaaS tot een succes te maken. Mink: ‘ In onze opdracht zit dat we zo veel mogelijk vervoerders opnemen in de app. In principe werken we volgens open access. Er moet een gelijk speelveld zijn, anders gaat MaaS nooit vliegen.’

Ervaringen

Een andere zorg die leefde bij de marktpartijen in de zaal wat het verdienmodel: binnen MaaS is een grote rol weggelegd voor het OV, en die partijen zijn dominant. ‘Zo wordt het voor marktpartijen moeilijk om een businesscase rond te krijgen.’ MaaS-programmamanager Eric Mink denkt dat marktpartijen wel degelijk geld kunnen verdienen, en gebruikte daarbij een cliffhanger. ‘Let maar op, wij zullen jullie binnenkort positief verrassen.’

Met die belofte rondde de dagvoorzitter af, met een dankwoord voor de inzet en input van alle aanwezigen, daarbij concluderend dat er veel ervaringen en oplossingsrichtingen zijn opgebouwd en gedeeld. Ze deed daarbij ook de oproep om die kennis blijvend in te zetten, en bij de Maas-pilots die al van start zijn gegaan mee te nemen. Ivanova: ‘De grootste winst van IMMA is misschien wel dat we nu meer antwoorden hebben op alle vragen die er rond mobiliteit leven. Ik hoop dan ook dat we deze ‘denktank’ kunnen voortzetten, maximaal gebruik maken van de kennis die er al is en de samenwerking in een nieuwe vorm continueren.’