Vlaanderen en Nederland zetten samenwerking extra kracht bij

Vlaanderen en Nederland weten elkaar al geruime tijd goed te vinden op het gebied van ITS en CCAM (Cooperative, Connected and Automated Mobility). Op 12 maart ondertekende Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Vlaamse Departement Mobiliteit en Publieke Werken, in navolging van Kees van der Burg (directeur-generaal Mobiliteit bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), een Memorandum of Understanding (MoU), waarmee ze de samenwerking en kennisuitwisseling formaliseren.

Een van de aanleidingen voor het verder versterken en formaliseren van die samenwerking is een projectvoorstel dat Nederland en Vlaanderen vorig najaar samen indienden voor het Europese project ‘Horizon 2020’. Dat projectvoorstel ‘5G Blueprint’ gaat over het verbeteren van efficiency in logistiek en transport door grensoverschrijdende inzet van zeer snelle data-uitwisseling tussen voertuigen en logistieke terminals in het gebied Zeeland-West Brabant en Vlaanderen. Het projectvoorstel is door beide overheden gezamenlijk ontwikkeld met 28 private partijen, met de ambitie (vandaar de naamgeving) om voor vele andere partijen buiten de direct betrokkenen, een werkbare blauwdruk te worden voor dergelijke toepassingen: niet alleen technisch, maar juist ook organisatorisch in de keten en qua verdeling van verantwoordelijkheden. Zeker bij grensoverschrijdende toepassingen is dat van belang. Deze MoU ondersteunt die bredere kennisuitwisseling en is sterk vergelijkbaar met de intentieverklaring die Nederland eerder al sloot over deze onderwerpen met NordRhein Westfalen.

Eric Kenis, projectingenieur bij het Vlaamse Department Mobiliteit en Publieke Werken, initiatiefnemer van en nauw betrokken bij de totstandkoming van deze MoU: ‘Het Memorandum of Understanding biedt een solide basis voor gestructureerde afstemming en bredere samenwerking over de grens heen, wat zowel beide overheden als het grensoverschrijdende verkeer en betrokken markpartijen ten goede zal komen. Waar initieel de focus lag op specifieke, projectgebonden wensen is het initiatief uitgegroeid tot een multidisciplinaire inzet om de introductie van geconnecteerde en geautomatiseerde systemen alsook gerelateerde mobiliteitsdiensten in overleg, en op veilige en duurzame wijze, aan te sturen.’