Waardering voor MenE-‘coronarapportage’

Het MenE-team (Monitoring en Evaluatie) van het ministerie van IenW maakt breed gewaardeerde rapportages van cijfers en prognoses rond mobiliteit tijdens en na de coronacrisis. De handzame presentaties/updates over de laatste ontwikkelingen en trends gaan inmiddels wekelijks rechtstreeks naar de bewindslieden die besluiten nemen over de coronamaatregelen, aldus Rudie de Bruin, beleidsadviseur MenE.

De coronacrisis is natuurlijk in de eerste plaats een verschrikkelijke tijd voor heel veel mensen, maar beroepsmatig ligt het voor Rudie de Bruin iets anders: het levert minimaal een verhoogde hartslag op. De Bruin: ‘Normaal gesproken houden wij met het MenE-team al heel veel bronnen bij en verzamelen we, onder meer van een groot aantal bekende partners als ANWB, werkgeversnetwerken en het KiM (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid), data op het gebied van mobiliteit. We zijn ook vraagbaak voor beleidsmedewerkers en we fungeren als verbinders: een van onze taken is het voorkomen van dubbel werk. Wij hebben zelf al veel gegevens, en als iemand bijvoorbeeld van plan is om een onderzoek te laten doen, gebeurt het geregeld dat wij kunnen zeggen: deze gegevens zijn er al, die hebben we hier.’ Mobiliteitsdata en het bijhouden van bronnen, verzamelen, vergelijken en samenvoegen zijn dus al dagelijks werk, maar dat is sinds de intelligente lockdown in een stroomversnelling gekomen. Rudie de Bruin: ‘Door de coronacrisis zijn we qua mobiliteit opeens in een soort levend laboratorium terecht gekomen. Zo’n kans krijgen we nooit meer.’

Verkeersafwikkeling

In de wekelijkse update van cijfers en prognoses presenteert het MenE-team gegevens van onder meer de verkeersafwikkeling (autoverkeer nam in de eerste weken na de intelligente lockdown met 40 procent af), het reisgedrag (verplaatsingen naar kantoor namen in de eerste weken met 45-50 procent af) en het milieu (substantiële afname van stikstofoxide en verkeerslawaai), overzichtelijk in grafieken. De Bruin: ‘Bij het begin van de crisis hebben we ook andere instanties, waaronder regionale netwerken, gemaild met het verzoek om hun data te delen. Dat levert veel interessante, en deels voor ons ook nieuwe, info op die we nu goed kunnen gebruiken.’

Inzicht

De MenE-presentatie biedt dus overzicht en inzicht. En voor mensen die van cijfers en grafieken houden, ziet het beeld er zeker in de eerste weken (‘normaal’ vergeleken met ‘de eerste coronaweken’) ronduit spectaculair uit. Soms ook verrassend voor De Bruin en het MenE-team. ‘Ik vond bijvoorbeeld de ontwikkeling van het vrachtverkeer verrassend. Terwijl de transportsector moord en brand schreeuwde omdat Nederland tot stilstand zou komen, zagen we aan de vervoersbewegingen dat het binnenlands vrachtverkeer richting het noorden zelfs steeg. Daarmee zie je dus dat de praktijk niet altijd volgens logica of volgens aannames verloopt. Zulke cijfers bieden dus inzicht, of kunnen leiden tot relativering.’

Input

De eerste presentatie van MenE viel direct in goede aarde bij veel partijen. De Bruin: ‘De presentatie is nu rechtstreekse input voor de bewindslieden. Na onze eerste rapportage kwam direct het verzoek of we een wekelijkse update wilden maken. Het is natuurlijk leuk dat ons werk wordt gewaardeerd, ook door externe partijen, en dat we eer hebben van ons werk. We worden nu opeens gezien als een spin in het web.’

Parkeergegegevens

Omdat er inmiddels meer gewicht aan de rapportages is gehangen, is het aantal bronnen (o.a. gegevens van parkeergarages) verder uitgebreid. Daarnaast blijft het voor beleidsmakers interessante materie hoe de coronacrisis tot een schokgolf aan veranderingen in mobiliteit leidt. De Bruin: ‘Neem nu het thuiswerken en online lesgeven: de overheid is al jarenlang bezig met werkgevers om meer werknemers uit de spits te krijgen. Scholen en universiteiten riepen jarenlang dat online lesgeven helemaal niet kon, en nu blijkt in één klap dat het wel kan. De vraag is natuurlijk wel wat er structureel van de veranderingen in reisgedrag overblijft, maar de verwachting is dat zeker een deel van de thuiswerkers dat structureel blijft doen. En dat kan gevolgen hebben voor miljarden aan investeringen.’

Scenario’s

Daarmee snijdt De Bruin een belangrijk punt aan. De MenE-rapportages bieden inzicht én schetsen scenario’s voor de komende jaren, maar wat ermee gedaan wordt, zijn uiteraard politieke keuzes. Wel doet MenE een aantal voorzetten in de vorm van vier scenario’s die door het CPB zijn opgesteld: in scenario I duren de contactmaatregelen slechts drie maanden, in scenario IV duren de maatregelen 12 maanden en houdt de recessie anderhalf jaar aan. ‘Met die scenario’s kunnen we dus ook prognoses maken voor het wegennet, en gecombineerd met enquetes naar reis- en werkgedrag, kunnen we voorspellingen doen over de nieuwe werkelijkheid.’ Hoe die werkelijkheid er straks uit zal gaan zien, weet De Bruin uiteraard ook niet, maar hij ziet wel trends: er zal een groter beroep worden gedaan op het aanpassingsvermogen van de samenleving. En goede data, bijvoorbeeld voor het openbaar vervoer en smart mobility, wordt belangrijker dan ooit: ‘iedereen’ wil straks weten hoe druk het in de trein wordt die hij/zij wil nemen, of hoe druk het richting het werk wordt. De Bruin: ‘Nu zien we bij een groot aantal mensen huiver om met het OV te reizen, maar we weten natuurlijk niet hoe zich dat op de lange termijn ontwikkelt. Maar slimme apps die laten zien hoe en wanneer je het beste kunt reizen, worden belangrijker dan ooit.’

Kijk hier voor de actuele rapportage.